5 brandende vragen

Gaan alle eigenwoningbezitters er bij de komende aangiftes op achteruit?

Zeker niet. Heel veel mensen gaan het in hun portemonnee voelen, maar er is ook een forse groep die er bij de aangifte over 2019 en/of 2020 met betrekking tot de eigen woning op vooruitgaat.

Zegt de verandering tussen 2018 en 2019 ook iets over wat je in 2020 kunt verwachten?

Nou nee. Mensen met een individueel inkomen tussen de €25.000 en €75.000 en een kleine overwaarde op het huis zijn er in 2019 bijvoorbeeld flink op achteruitgegaan, maar zien hun aftrekpost in 2020 meestal bijna stabiliseren. Bij een laag rentetarief zal de aftrekpost voor hen meestal nog een klein beetje dalen, maar in andere situaties zal hij weer een klein beetje groeien. Bij een inkomen boven de €75.000 is het waarschijnlijk andersom, met een kleine meevaller bij de aanslag over 2019 en een flinke domper bij de aanslag over 2020. Huiseigenaren met een inkomen tot €20.000 of zonder hypotheek zien de trend wél in beide jaren dezelfde kant op gaan. Bij een afgelost huis gaan ze er jaar op jaar op achteruit. Bij een hoge hypotheekschuld gaan ze er beide jaren op vooruit.

Gaan huiseigenaren met een hoog inkomen er steevast op achteruit?

Nee. Ook wie (heel) veel verdient, kan best in zowel 2019 als 2020 een hogere belastingvoordeel voor de woning krijgen dan in 2018. Die kans is zelfs groot als hij een lage hypotheekrente en veel overwaarde op zijn huis heeft. Het gaat dan meestal om enkele tientjes tot ongeveer €300 voordeel. In andere gevallen gaat de veelverdiener waarschijnlijk belastingvoordeel inleveren.

Wie ziet de aftrek voor de eigen woning het meest dalen?

Wie het nieuws een beetje heeft gevolgd, verwacht misschien dat mensen met de hoogste inkomens het meest inleveren. De maximale hypotheekrenteaftrek voor die groep wordt namelijk al enige jaren afgebouwd en vanaf 1 januari 2020 ook nog met zes keer zo grote stappen per jaar. Toch blijken niet zíj de grootste verliezers in 2019 en 2020, maar ouderen met een klein pensioen.

Dat zit zo. AOW’ers met een belastbaar inkomen tussen de circa €20.000 en €35.000 moeten doorgaans het meest hypotheekrenteaftrek inleveren. Heeft zo’n gepensioneerde bijvoorbeeld een huis met een WOZ-waarde van €300.000 en een hypotheek van €250.000 tegen 4% rente, dan daalt zijn nettobelastingvoordeel voor de eigen woning ineens met meer dan 10% bij de aangifte over 2019 en nóg eens met 2% bij de aangifte over 2020. Terwijl iedereen met een inkomen boven de €75.000 er in dezelfde situatie nog licht op vooruitgaat bij de aangifte over 2019 (+1%) en het jaar daarna nog niet eens 5% van zijn belastingvoordeel voor de eigen woning hoeft in te leveren.

Zijn er ook mensen die voor het eerst sinds jaren fiscaal profiteren van hun eigen woning?

Ja, dat geldt voor eigenaren met een (aflossingsvrije, spaar- of beleggings)hypotheek die per jaar (bijna) evenveel hypotheekrente betalen als ze kwijt zijn aan de fiscale bijtelling voor de eigen woning (het eigenwoningforfait). Omdat je alleen belasting terugkrijgt als de aftrekbare kosten voor de eigen woning (voor de meesten gaat het daarbij alleen om rente) hoger zijn dan het eigenwoningforfait en omdat dit forfait is verlaagd, krijgen zij ineens belastingaftrek. Dat kan een voordeel van honderd(en) euro’s opleveren.