Benut de tegenbewijsregeling
Minder belasting in box 3
De Belastingdienst moet de belasting over het vermogen in box 3 berekenen over het werkelijke rendement. Daar kun je in de aangifte 2024 al gebruik van maken. We leggen uit hoe je dat aanpakt.
Teksten: Reinout van der Heijden
De Hoge Raad bepaalde vorig jaar dat je over vermogen geen belasting hoeft te betalen op basis van een vastgesteld rendement (forfait). Je mag ook uitgaan van het werkelijke rendement. Bij de aangifte over 2024 komt dit niet terug. Hoe zit dat? In je belastingaangifte over 2024 mag je kiezen tussen belasting betalen over het werkelijk rendement en de huidige methode. Maar daar is niets van te zien. De Belastingdienst had niet genoeg tijd om dit in te bouwen in de aangifte. In deze aangifte wordt de belasting over het vermogen daarom nog op de huidige manier berekend. Deze zomer krijg je een herkansing op grond van de Wet tegenbewijsregeling. De Belastingdienst stuurt een online formulier toe om het werkelijke rendement aan te tonen, over 2024 en indien van toepassing ook over eerdere jaren. Je bent niet verplicht om van het formulier gebruik te maken. Je mag ook zelf een berekening insturen, maar de afhandeling verloopt dan moeizamer en duurt lang. Dat doe je alleen als je fundamentele bezwaren hebt die je kunt onderbouwen. Je kunt altijd kiezen tussen beide varianten. Mocht bij het invullen van het formulier blijken dat het werkelijke rendement bij de tegenbewijsregeling hoger uitpakt, dan kun je ervoor kiezen om het niet in te sturen. Doe je dat per ongeluk toch, dan kiest de Belastingdienst de variant die voor jou het gunstigst is. Je kunt jezelf dus niet in de vingers snijden.
Jaren 2017 - 2025
In beginsel kunnen de volgende groepen belastingplichtigen gebruikmaken van de tegenbewijsregeling:
- Belastingjaren 2021 en later: alle belastingplichtigen met box 3-inkomen.
- Belastingjaar 2020: iedereen die nog dit jaar vraagt om een ambtshalve vermindering. Het insturen van het formulier geldt als een ambtshalve vermindering. Je hoeft dus niet apart actie te ondernemen.
- Belastingjaren 2017 tot en met 2019: belastingplichtigen die zich hebben aangesloten bij de massaal bezwaarprocedure en gereageerd hebben op het besluit van de Belastingdienst. Het is mogelijk dat ook niet-bezwaarmakers toch kunnen meedoen. Daar zal de Hoge Raad zich over uitlaten in de Procedure massaal bezwaar plus.
Jaren 2026 en 2027
Wie een recreatie- of tweede woning heeft in box 3, hoeft niets te rekenen voor het eigen gebruik. Dat wordt anders vanaf het belastingjaar 2026. In 2026 en 2027 gaat er een bijtelling gelden als de inkomsten uit verhuur beneden een bepaalde grens komen. Daarvoor geldt de economische huurwaarde. Die kunnen belastingplichtigen zelf uitrekenen door de huurprijscheck in te vullen op de website van de Huurcommissie. Je mag ook uitgaan van de gemiddelde economische huurwaarde en 5,06% van de WOZ-waarde rekenen.
Een recreatiewoning met een WOZ-waarde van €300.000 voor eigen gebruik wordt dus vanaf 2026 geacht €15.180 aan huur op te brengen. Dat is 5,06% van €300.000. Daar komt de jaarlijkse stijging in WOZ-waarde nog bij, maar tot 2028 houd je altijd de mogelijkheid om te kiezen voor de huidige forfaitaire heffing.
Jaren vanaf 2028
In 2028 komen er nieuwe spelregels met de Wet werkelijk rendement. Er komt dan een einde aan de keuze tussen forfaitaire belasting en de tegenbewijsregeling. Belast wordt het gerealiseerde rendement. Dat houdt in dat je bij een woning in box 3 pas belasting hoeft te betalen over de waardestijging als je de woning verkoopt. De vermogensvrijstelling van €57.000 verdwijnt en er komt een vrijgesteld rendement van €1250 voor in de plaats. Nieuw is ook dat je verliezen kunt verrekenen met toekomstige jaren, met uitzondering van de eerste €500 aan verlies.
Het nieuwe stelsel maakt de aftrek van kosten mogelijk. Kosten voor bank- en beleggingsrekeningen zijn aftrekbaar en onderhoudskosten ook. Kosten voor verbetering van de woning kun je pas verrekenen bij de verkoop van de woning, als je de gerealiseerde waardestijging incasseert. Er komt een speciale regeling voor eigen gebruik en verhuur van de woning in box 3. Je betaalt minimaal 2,65% van de WOZ-waarde, zonder aftrek van de onderhoudskosten. Verdien je aan verhuur na aftrek van de onderhoudskosten meer dan 2,65% van de WOZ-waarde, dan is dat bedrag belast. Deze spelregels zijn onder voorbehoud, want de wet is nog niet door het parlement goedgekeurd. Dat moet uiterlijk begin 2026 gebeuren.
Kansrijk of niet? Check je bezittingen in box 3:
Sparen
Wie zijn vermogen het hele jaar door vooral in spaargeld had zitten, heeft weinig kans op compensatie. Het forfaitaire rendement voor sparen was tot 2023 praktisch nihil. In 2023 was het 0,92% per jaar en voor 2024 geldt 1,44% als forfait. Dat is gemakkelijk haalbaar met sparen.
Als je gedurende het jaar met vermogen geschoven hebt, is compensatie wel mogelijk. Bijvoorbeeld: je had aan het begin van het jaar beleggingen, een recreatiewoning of ander vermogen en heb het geld daarna gebruikt om te sparen, consumeren, een woning te kopen of je pensioen aan te vullen.
Negatieve rente uit 2021 en 2022 mag je verrekenen. Houd er wel rekening mee dat bij werkelijk rendement de vrijstelling van €57.000 (€114.000 bij partners) niet geldt. De vrijstelling voor groenfondsen blijft wel geldig. Er geldt geen minimale grens voor teruggave. Ook al is het verschil tussen het forfaitaire rendement en het werkelijke rendement slechts €10, dan nog kun je om een aanpassing vragen.
Vastgoed
Wie een woning bezit die niet geldt als hoofdverblijf krijgt ook niet snel compensatie. Kijk eerst naar de stijging van de WOZ-waarde in het jaar van aangifte. Ligt die stijging niet ver onder het forfaitaire rendement, dan is een herberekening niet heel kansrijk. In 2023 zijn de WOZ-waarden meestal niet sterk gestegen, dat jaar biedt daardoor wellicht de meeste kans. Heb je daarnaast inkomen uit verhuur, dan raakt compensatie vaak uit het zicht.
Bij buitenlands vastgoed en garageboxen moet je uitgaan van de waarde in het economische verkeer. Het rendement is het verschil tussen de waarde op 1 januari van het jaar van aangifte en die op 1 januari van het jaar daarop. Hoe dat aan te tonen, is nog de vraag. Het zal voor de Belastingdienst evenmin eenvoudig zijn om een goed onderbouwde schatting te weerleggen.
Beleggen
Het forfait voor overige bezittingen maakt geen onderscheid tussen soorten effecten. Voor aandelen, obligaties of geldmarktfondsen geldt hetzelfde forfait, terwijl de rendementen op de laatste twee categorieën vaak aanzienlijk lager zijn. De jaren 2020 en 2022 waren voor veel beleggingen beroerd, terwijl voor 2023 en 2024 juist het omgekeerde geldt: in die jaren presteerden ook de minder risicovolle beleggingen aardig.
Let op verschuivingen gedurende het jaar. Wie bijvoorbeeld in oktober 2023 stopte met beleggen, zal veel minder rendement gehaald hebben dan wat de fiscus volgens het forfait verwachtte.
Schulden en andere bezittingen
Sinds 2019 is het forfait voor schulden 3% of lager. Zie ook de tabel hieronder. Wie een woning verhuurt met een behoorlijke hypotheekschuld, kan hierdoor mogelijk de rente niet volledig verrekenen. Banken rekenen voor beleggingspanden vaak een hoge rente.
Er zijn bezittingen die in de praktijk veel minder opleverden dan het forfait voor overige bezittingen. Denk aan het tegoed van de Vereniging van Eigenaren (vve), de gemeenschappelijke rekening van een schenkkring of de derdengeldenrekening bij de notaris dan wordt vaak het hoge forfait in rekening gebracht. Voor vve-tegoeden en derdengeldenrekeningen vanaf 2023 heeft de wetgever een uitzondering gemaakt. Die zijn forfaitair belast als bank- en spaartegoed. Bij een herberekening over 2022 en eerder kunnen de rendementen over deze tegoeden nu minder zwaar tellen.
Forfaits van 2017 tot en 2024
Zo pak je het aan
Of je voordeel hebt van de tegenbewijsregeling controleer je in een aantal stappen.
Stap voor stap
Kijk eerst naar de berekende belasting. Hiermee bedoelen we de belasting die je betaald hebt. Je vindt het bedrag op de belastingaanslag, online na het inloggen onder correspondentie. Kies het juiste jaar. Op de tweede pagina onder het kopje inkomstenbelasting box 3 staat hoeveel belasting je betaalde. Heb je een partner? Kijk dan bij beiden hoeveel er betaald is. Dit bedrag heb je nodig voor de vergelijking van de belasting op het werkelijke rendement. Zo zie je of belasting op basis van het werkelijke rendement iets oplevert.
Gemaakte kosten voor een bank- of spaarrekening, beheer- en administratiekosten bij beleggingen en kosten die gemaakt zijn voor onder andere onderhoud van de woning in box 3 zijn niet aftrekbaar. De waardestijging van onroerende zaken door investering - zoals verbetering of uitbreiding van een vakantiewoning - is geen onderdeel van het werkelijke rendement bij de tegenbewijsregeling. Deze stijging hoef je niet mee te rekenen.
Stap 1 Bank- en spaartegoeden
Bij bank- en spaartegoeden in het binnen- en buitenland heb je de volgende gegevens nodig: naam en rekeningnummer (IBAN) van elke bank- en spaarrekening en overzicht(en) van de ontvangen rente. Is de rente uitgekeerd in een andere valuta, dan moet je dat omrekenen volgens de wisselkoers van de ECB. Heb je een rekening in een andere valuta dan de euro? Dan telt de koerswinst of -verlies ook mee als werkelijk rendement bij de tegenbewijsregeling.
Rente die niet is uitgekeerd, hoeft ook niet meegeteld te worden. Dat betreft niet alleen de rente op spaardeposito’s die aan het einde van de looptijd uitgekeerd wordt, maar ook rente die de bank uitkeert begin januari na afloop van het spaarjaar. Die rente telt pas mee in het jaar van ontvangst. Rente voor roodstaan en negatieve spaarrente kun je aftrekken. De negatieve rente bedroeg tot oktober 2022 bij vrijwel alle banken -0,5% op jaarbasis. De spaarrente is sinds december 2022 niet meer negatief. Ook notarissen rekenden negatieve rente op de derdengeldenrekening, die rente kan ook na 2022 nog een afrekennota staan. Boeterente voor het openbreken van een hypotheek mag je niet meetellen, omdat dat telt als kosten. Je vindt het rendement op je aandeel in het vermogen van een vve in de jaarrekening van de vve. De reserves horen daar ook bij. Het maakt niet uit of je zelf in de woning woont of dat je deze verhuurt.
Stap 2 Beleggingen
Bij beleggingen zoals aandelen, obligaties, opties, cryptovaluta en het niet-vrijgestelde deel van groene beleggingen, houd je bij de volgende gegevens bij de hand:
- een jaaroverzicht van de ontvangen inkomsten, inclusief dividend en teruggaaf dividendbelasting in dat jaar.
- de totale waarde aan het begin en het einde van dat jaar.
- aan- en verkooptransacties gedurende het jaar.
De aan- en verkopen staan meestal niet op de jaaropgave. Deze moet je zelf opzoeken in het transactieoverzicht van je broker. Je kunt zoeken op datum. Soms kun je ook een overzicht vinden bijvoorbeeld bij rendement of geldoverzicht met de totale aan- en verkopen in een jaar. Bewaar een print van de gevonden aan- en verkopen als bewijs. Kun je het niet vinden, neem dan contact op met je bank of broker. Als je inmiddels weg bent bij de broker, kan dat lastig worden.
Stap 3 Woning en overige onroerende zaken
Het kan hier gaan om een verhuurde woning of een tweede woning, zoals een vakantiewoning binnen of buiten Nederland voor eigen gebruik. Het gaat niet om een woning waarin je permanent woont. Die woning valt in box 1. Bij overige onroerende zaken moet je denken aan een perceel, garage of bedrijfspand zowel binnen als buiten Nederland. De woningwaarde staat op de WOZ-beschikking die je hebt gekregen van de gemeente. Voor het berekenen van de waardeontwikkeling gebruik je de WOZ-waarde van het jaar dat betrekking heeft op de aangifte en de waarde van het jaar erna. Neem de waarde van het kalenderjaar erna en trek hier de waarde van het kalenderjaar vanaf. Dus voor je aangifte over 2023 neem je de WOZ-waarde die je begin 2024 ontving (peildatum 1-1-2023). En daar haal je de WOZ-waarde vanaf die je begin 2023 (peildatum 1-1-2022) ontving. De WOZ-waarde ontvang je per brief aan het begin van het jaar. Of digitaal via je gemeente of MijnOverheid.nl. Ook kun je op Wozwaardeloket.nl kijken. Daar vind je gratis en zonder inloggen de WOZ waarden van de afgelopen 10 jaren overzichtelijk op een rij. Heeft de woning of het perceel geen WOZ-waarde en bevindt deze zich in het buitenland? Dan heb je de waarde op 1 januari en 31 december nodig. Het gaat om de waarde in het economisch verkeer. Heb je een woning gekocht of verkocht? Dan neem je de WOZ-waarden van 1 januari en 31 december. Je berekent de waardestijging over de maanden dat de woning in je bezit was op basis van de datum van de transactie. Stel, de woning kost €400.000 op 1 januari en is op 31 december €420.000 waard. Je koopt de woning op 1 oktober. Dan is drie maanden – dus een kwart van de stijging van €20.000 – toe te rekenen aan jou als nieuwe eigenaar. Dat komt neer op €5.000 waardestijging. De aankoopprijs is niet relevant. Dus als je €420.000 voor de woning betaald hebt, moet je nog altijd €5.000 als waardestijging opgeven. De nieuwe eigenaar van de woning kan een andere beschikking over de WOZ-waarde voor dat kalenderjaar vragen. Daarmee kan hij de waardestijging proberen te verlagen. De nieuwe waarde telt alleen voor de koper. De kosten die je voor je tweede woning maakte, mag je niet meetellen in het werkelijke rendement. Denk daarbij aan de kosten voor de notaris bij aan- en verkoop. Je mag wel uitgaan van de kale huur. Er geldt een uitzondering voor kosten die gemaakt zijn om te woning te verbeteren of uit te breiden. Die investering kan je op de waardestijging in mindering brengen. De Belastingdienst kan om bewijs vragen, bijvoorbeeld een taxatierapport waaruit blijkt welke bijdrage de investering heeft gehad op de waarde. Zo kan de verbetering van de zolderverdieping inclusief dakkapel en terras voor €30.000 leiden tot €20.000 aan waardestijging. Bij een waardestijging met €40.000 kun je niet meer verrekenen dan de storting van €30.000.
Stap 4 Vorderingen
Bij vorderingen waarbij je geld hebt uitgeleend, zoals een schenking op papier, neem je de ontvangen rente op voor het bedrag dat je hebt uitgeleend. Schenk je bij een familielening de rente later terug aan je kind? Dan kun je de schenking niet aftrekken van de betaalde rente. Ook niet als je hierdoor minder rente ontvangen hebt dan is afgesproken in de leenovereenkomst. Als je een onzakelijk hoge of lage rente rekent, moet je dat corrigeren naar een rente die in het economische verkeer redelijk is.
Stap 5 Schulden
Bij schulden gaat het bijvoorbeeld om een persoonlijke lening of een schuld voor de tweede woning of een auto. Voor deze schulden mag je de betaalde rente opnemen als werkelijk rendement. Het gaat om de rente die daadwerkelijk betaald is. Er geldt geen schuldendrempel. Wordt de rente opgeteld bij de schuld, zoals bijvoorbeeld het geval is bij een opeethypotheek? Dan mag je deze niet meetellen. Je vindt de betaalde rente in je jaaropgave of op je bankafschriften. Bewaar deze bankafschriften als bewijs. De rente van bijvoorbeeld je creditcard of online winkels als Wehkamp vind je op de afschriften of op het overzicht in je account. Kosten voor het aangaan van een lening, incassokosten of andere kosten tellen niet mee.
Stap 6 Minderjarig kind met vermogen
Heb je minderjarige kinderen met vermogen? Het werkelijk rendement over het vermogen hierover moet je ook vermelden in het formulier Opgaaf werkelijk rendement.